Betoog: kies je publiek

Met een betoog probeer je iemand voor jouw standpunt te winnen. Twee dingen zijn cruciaal: dat je je eigen standpunt goed onder woorden brengt, en dat je argumenten vindt die anderen van jouw standpunt overtuigen. In de inleiding omschrijf je je standpunt. Dan volgen je argumenten. En je sluit af met een geheel overtuigende conclusie.

Wil je meer weten over het genre ‘betoog’ voor je aan de opdrachten begint, kijk dan in het Algemeen letterkundig lexicon. Wil je een bestaand betoog lezen voor je de oefening doet, klik dan hier. Wil je eerst in het algemeen meer weten over hoe oefenen met genre en techniek je een betere schrijver maakt, klik dan hier.

Je gaat alleen de inleiding van een betoog schrijven. In maximaal 100 woorden moet je je lezer duidelijk maken dat jij ergens een heel overtuigend standpunt over hebt.

  • Denk eens na over waar jij je aan ergert, waar je anders over denkt dan de mensen om je heen, of wat je zou willen veranderen in de wereld;
  • bedenk vervolgens wat de kern is van je gedachtegang;
  • bedenk wie je van jouw standpunt moet overtuigen. Wie zijn jouw tegenstanders, of wie moeten er wakker geschud worden? Schrijf het speciaal voor hen!
  • Bedenk hoe je dat voor elkaar gaat krijgen in je inleidende 100 woorden: hoe spreek je de lezer aan die je wilt overtuigen?
  • Schrijf in 100 woorden je inleiding.

In die 100 woorden heb je geprobeerd je tegenstanders wakker te schudden, mogelijk met een zin die begint als: “Iedereen die wel eens vlees heeft gegeten ….”. Welke lezer voelt zich door jouw inleiding aangesproken? Lees hier over het effect dat je woordkeuze heeft.

onderbouw

Genderneutraal schrijven

bovenbouw 

Genderneutrale mannentaal.

Kijk nu nog eens goed naar je 100 woorden.

  • Wil jij mannelijke of vrouwelijke lezers overtuigen? Of allebei?
  • Heb je daar rekening mee gehouden in je woordkeuze?
  • Hoe zou je je woordkeuze zo aan kunnen passen dat de lezers die je voor ogen had, zich direct aangesproken voelen door jouw woordgebruik?

Je eindproduct kun je beoordelen aan de hand van deze beoordelingsmatrix.

Deze oefening is gemaakt met de hulp van Micha Hamel, Bram Scharpach en Wendela de Raat.

Meer weten?

  • Wat vond je van de oefening, of wat heb je geschreven? Vul het hieronder in!

    Neem contact met ons op