Anekdote: de schrijver als verteller

Je oefent met het vinden van een onderwerp dat bij je past, en met verteltechniek. Je begint niet met schrijven, maar met vertellen. En wel met het vertellen van een anekdote. Dat is een beschrijving van wat iemand heeft meegemaakt. Het is een heel oud genre dat al bestond voordat mensen leerden schrijven. Het gaat er bij een anekdote vooral om hoé je iets vertelt. Om vertelkunst dus.

Wil je meer weten over het genre voor je aan de opdrachten begint, kijk dan in het Algemeen letterkundig lexicon. Wil je een wat ouder voorbeeld van het genre ‘anekdote’ lezen voor je de oefening doet, klik dan hier. Wil je eerst in het algemeen meer weten over hoe oefenen met genre en techniek je een betere schrijver maakt, klik dan hier.

In een anekdote wil je vertellen over iets wat je hebt meegemaakt. Dat ‘iets’ beschrijf je in details om aan te geven hoe je hebt ervaren wat je meemaakte. Het gaat in een anekdote niet alleen om wat er gebeurde, maar ook om wat je vond van wat er gebeurde.

Verteloefening
Zoek een gesprekspartner en vertel die in maximaal 5 minuten een anekdote over jouw voordeur. Neem het gesprek op, als dat kan, zodat je het in de volgende stappen er nog eens bij kunt pakken.

Neem wat tijd voor je begint met vertellen om te bedenken wat je gaat vertellen. Stel jezelf vragen over je voordeur om aan zo’n anekdote te komen. Wat betekent jouw voordeur voor jou? Wat maakte je al eens mee dat zich in de buurt van, of door jouw voordeur gebeurde? Je kan in die voorbereiding ook je gesprekspartner al gebruiken. Laat die aan jou vragen stellen over je voordeur, en kom daardoor op het idee van een anekdote.

Omdat een anekdote zo kort is, heb je als schrijver heel veel aan details die op zich al bijna een verhaal vertellen.

Leesopdracht

Onderbouw

Lees dit korte verhaal van Anna Dijk, ‘Gebouwen‘, en kijk goed hoe zij de anekdote die centraal staat in dit verhaal precies vertelt. Welke details vertelt ze, en waarover geeft ze die wel (en niet)? En hoe gebruikt ze wat het personage ziet, voelt, ruikt en ervaart om de beschrijving zo te maken dat je er als lezer in meegesleept wordt?

Bovenbouw

Lees deze column van Ellen Deckwitz, ‘Gesloten deur‘, en kijk goed hoe zij de anekdote die centraal staat in deze column precies vertelt. Welke details vertelt ze, en waarover geeft ze die wel (en niet)? En hoe gebruikt ze wat het personage ziet, voelt, ruikt en ervaart om de beschrijving zo te maken dat je er als lezer in meegesleept wordt?

Je kunt nu je resultaat van stap 1, de beschrijving in één pagina, gaan verbeteren door heel goed te kijken wat je leerde van het lezen in stap 2.

Schrijfoefening
Beluister je anekdote uit stap 1 nog eens terug, of bedenk je hoe je daar vertelde wat je wilde vertellen. Schrijf nu een volgende versie op waarin je meer details verwerkt die maken dat je anekdote persoonlijker en dus sterker wordt.  Schrijf dan over deze gebeurtenis een anekdote die maakt dat de lezer de anekdote als een filmpje voor zich ziet.

Of begin opnieuw, als je niet tevreden was over de anekdote die je in stap 1 koos. Maak een lijstje van dingen die wel eens gebeurd zijn bij (in de buurt van) jouw voordeur. Belde er wel eens iemand aan die je niet verwachtte?  Of belde er wel eens iemand aan voor wie je niet opendeed? Kies de gebeurtenis uit die je nog heel goed voor ogen staat en vertel erover aan je gesprekspartner. Die stelt vragen naar details, zodat je het je nog beter herinnert. Schrijf dan over deze gebeurtenis een anekdote die maakt dat de lezer de anekdote als een filmpje voor zich ziet.

Deze oefening is bedacht door Suzanne van Norden, en gemaakt met hulp van Diataal.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.