Zeer Kort Verhaal (ZKV): beschrijven door de ogen van een personage

Je oefent met de techniek ‘beschrijven vanuit een personage’. Hiermee schrijf je een Zeer Kort Verhaal (ZKV): een verhaal van maar een paar honderd woorden. Het genre is uitgevonden door de Nederlandse schrijver A.L. Snijders.

Mocht je nog nooit een ZKV gelezen hebben, is het handig dat te doen voor je deze oefening maakt. Klik hier voor een voorbeeld. Wil je eerst in het algemeen meer weten over hoe oefenen met genre en techniek je een betere schrijver maakt, klik dan hier.

In een Zeer Kort Verhaal wil je als schrijver met weinig woorden toch veel zeggen. Een van de manieren om dat te doen, is het goed gebruik maken van personages (personen die in je ZKV voorkomen). We oefenen hier hoe je door het beschrijven van een gebeurtenis door de ogen van een personage een verhaal kunt vertellen.

Schrijfoefening

Stel je voor dat je op een Amsterdamse brug staat. Beschrijf dat er een boot langskomt, in één pagina.

Zo’n beschrijving maak je niet alleen om je lezer te vertellen wat er te zien is. Je wilt dat die beschrijving binnenkomt bij de lezer. Grappig is, of ontroert. Misschien heb je dat in stap 1 al gedaan, maar mocht dat niet zo zijn: je kunt dat bereiken door de stemming van een personage mee te nemen in je beschrijving. Hoe voelt dat personage zich? Hoe beschrijft hij/zij dus wat er te zien is? Dat maakt het voor de lezer spannend.

Leesoefening

Onderbouw

Lees het korte verhaal ‘Het is muis‘ van Sanneke van Hassel om te zien hoe deze schrijfster door de ogen van een personage beschrijft wat er gebeurt. Noteer alles wat je opvalt aan die beschrijving.

Bovenbouw

Lees het korte verhaal ‘De rode beuk‘ van Anna Blaman om te zien hoe deze schrijfster door de ogen van een personage beschrijft wat er gebeurt. Noteer alles wat je opvalt aan die beschrijving.

© 

Je kunt nu je resultaat van stap 1, de beschrijving in één pagina, gaan verbeteren door heel goed te kijken wat je leerde van het lezen in stap 2. Met welke details kleurt Blaman die beschrijving, hoe gebruikt ze wat het personage ziet, voelt, ruikt en ervaart om de beschrijving zo te maken dat je er als lezer in meegesleept wordt?

Stel je weer voor dat je op die Amsterdamse brug staat. Maar nu als dit personage: een jong iemand die voor het eerst tot over zijn/haar oren verliefd is en net een afscheidsbrief /mail/smsje gelezen heeft waarin het wordt uitgemaakt door de ander. Noem de naam van de geliefde en de reden waarom hij/zij het uitmaakt niet in je beschrijving. Daarmee oefen je iets wat je als schrijver goed moet kunnen: als schrijver licht je niet toe en leg je niet uit, maar je beeldt iets uit. Je benoemt nooit iets expliciet, maar suggereert het via een omweg.

Voor het beoordelen van je eindproduct kun je deze matrix gebruiken.

Deze oefening is gemaakt door Ingrid Hoogervorst

  • Wat vond je van de oefening, of wat heb je geschreven? Vul het hieronder in!

    Neem contact met ons op