Observatie: zien en denken

[NB: deze oefening is bedoeld voor mbo-studenten]

Het schrijven van een observatie  begint met kijken. Daarna beschrijf je wat je zag. Dan gebeuren er vaak automatisch twee dingen. Je beschrijft niet alleen wat je zag, maar ook hoe je dacht over wat je zag. Wat je zag en wat je dacht, kun je als schrijver uit elkaar halen. Door apart te beschrijven wat er feitelijk gebeurde, en welke betekenis je daaraan gaf (=wat je dacht).

Voor je begint: wil je eerst meer weten over het genre ‘observatie’, kijk dan hier. Wil je een voorbeeld van een observatie, lees de deze twee geel gemaakte zinnen in dit korte verhaal van Sanneke van Hassel. Zin 1 geeft aan wat het personage ziet, zin 2 wat hij daarbij denkt. Wil je eerst in het algemeen meer weten over hoe oefenen met genre en techniek je een betere schrijver maakt, klik dan hier.

We gaan een observatie van maximaal 5 zinnen schrijven over iemand die jij, als social worker in de dop, op een video een minuut lang observeert. Schrijf de observatie door deze stappen te doorlopen:

  • pak een leeg blaadje, en maakt twee kolommen. Boven de ene schrijf je ‘wat zie ik?’. En boven de andere ‘wat denk ik?’;
  • bekijk dan een video, kies een van deze twee:
  • schrijf in elk van beide kolommen 3 woorden: in de ene kolom die woorden die goed weergaven wat je zag, in de andere wat je dacht;
  • schrijf nu in maximaal 5 zinnen je hele observatie. In die zinnen staat zowel wat je zag, als wat je dacht.

We lezen een kort fragment uit de roman Paaz van Myrthe van der Meer. De hoofdpersoon is met een depressie opgenomen door de instelling Paaz. Eerst in de crisisopvang, maar inmiddels neemt ze deel aan groepstherapie onder leiding van psycholoog Lars.

In het fragment lezen we hoe een van de andere patiënten, Alice, in zo’n groepsgesprek haar verhaal doet. Alice heeft een dissociatieve stoornis die ze ‘Dis’ noemt.  Na het verhaal van Alice geeft Lars zijn observatie van Alice:

  • lees het fragment;
  • schrijf op hoe je vindt dat Lars Alice observeert;
  • de hoofdpersoon vindt uiteindelijk dat Lars Alice professioneel (en niet menselijk) observeert. Ben jij het daarmee eens? En wat vind je van zijn observatie?

Nu ga je je eigen observatie uit stap 1 herschrijven. Doe daarvoor dit:

  • beoordeel of je wat je zag en wat je dacht goed uit elkaar hebt gehouden in de observatie die je in stap 1 schreef;
  • heb je wat je zag goed feitelijk (=objectief) opgeschreven?
  • vanuit welke rol heb je opgeschreven wat je dacht: als mens, of als professional? In beide gevallen is wat je opschreef subjectief (=aan jouw persoon gebonden), maar in welke rol schreef je?
  • zou jij die rol nog willen heroverwegen, en dus je observatie anders opschrijven?
  • beoordeel je eindproduct aan de hand  van deze matrix.

Deze oefening kwam tot stand met bronnen van DiaTaal/Bulkboek.

  • Wat vond je van de oefening, of wat heb je geschreven? Vul het hieronder in!

    Neem contact met ons op