Pleidooi: overtuigen

Pleidooien oefen je in het dagelijks leven misschien meer dan je denkt. Elke keer als je je ouders of docent van iets probeert te overtuigen, maak je gebruik van het genre ‘pleidooi’. Dat genre heeft al een heel lange geschiedenis, vooral in het recht. Al sinds er verdachten aangeklaagd worden, zijn er mensen die ze proberen vrij te spreken. Dat doen ze vaak via vaste patronen: ze geven een stelling (‘de verdachte is niet schuldig …’), daarna argumenten (‘de verdachte is niet schuldig omdat …’), en daarna een conclusie (‘om deze redenen is de verdachte dus niet schuldig’). Of ze anderen kunnen overtuigen, hangt af van de argumenten maar ook van andere technieken die je kunt gebruiken om te overtuigen.

Voor je begint: wil je eerst meer weten over het genre ‘pleidooi’ zoals dat in het recht en de literatuur voorkomt, kijk dan in het Algemeen letterkundig lexicon. Wil je een voorbeeld lezen van een juridisch pleidooi lezen (een verkorte versie van de pleitnota van de advocaten van Holleeder, aan het eind van het proces), klik dan hier. Wil je eerst in het algemeen meer weten over hoe oefenen met genre en techniek je een betere schrijver maakt, klik dan hier.

Schrijf een kort pleidooi van hooguit 300 woorden waarin je de stelling verdedigt dat het schrijven van een kort verhaal een onderdeel moet worden van het schoolexamen Nederlands. Let op: we gaan er hierbij vanuit dat jij dat als schrijver-in-de-dop zelf graag wilt, en dat degene voor wie je je pleidooi schrijft, dit niet wil.

Lees van schrijfster Maria Vlaar, die in 2019 de Biesheuvelprijs won voor het beste Nederlandse korte verhaal, Pleidooi voor een kort verhaal. Ze schreef dat pleidooi ter gelegenheid van het in ontvangst nemen van de Biesheuvelprijs, en wil zowel lezers aanmoedigen korte verhalen te blijven lezen, als schrijvers overtuigen vooral ook korte verhalen te blijven schrijven. Nu is ze zelf schrijver van korte verhalen, en het is er haar veel aan gelegen lezers en schrijvers te overtuigen. Hoe doet ze dat precies?

  • Waar staat de stelling die ze verdedigt? En waarom denk je dat die staat waar die staat?
  • Wat is de opbouw van haar betoog? In welke delen zou je het onder kunnen verdelen, en hoe bepaal je dat? Waar helpt ze jou als lezer bij overgangen, en hoe?
  • Wat zijn haar inhoudelijke argumenten? Geeft ze alleen maar argumenten voor haar stelling, of verdedigt ze zich ook tegen degenen die tegen haar stelling kunnen zijn?
  • Hoe spreekt ze de lezer van haar betoog wel/niet aan?
  • Hoe sluit ze af, en waarom zou ze dat zo doen?

Herschrijf wat je schreef in de eerste schrijfopdracht met de kennis die het lezen van het stuk van Vlaar je opgeleverd heeft. Kijk nog eens heel kritisch naar:

  • Waar staat de centrale stelling die je verdedigt in het pleidooi?
  • Welke argumenten gebruik je, waar haalde je die vandaan en hoe zijn ze geordend?
  • Wat deed je om je lezer te overtuigen: en kan dat nog beter?

Herschrijf dan je pleidooi.

De oefening is gemaakt met hulp van Maria Vlaar, https://mariavlaar.com/.

 

Meer lezen?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.