Sprookje: personage bepaalt plot

In sprookjes kun je je fantasie helemaal laten gaan: kabouters, heksen, sprekende dieren en planten, ze kunnen er allemaal in voorkomen. Er zijn heel oude sprookjes (zoals de Arabische Duizend-en-een-nachtsprookjes die in de 9e eeuw door iemand verzameld zijn). Maar ook nu worden ze nog wel geschreven. Een sprookje heeft vaak wat je een voorstelbare afloop zou kunnen noemen: een goed hoofdpersonage wordt beloond, een slecht hoofdpersonage gestraft. Het verloop van het verhaal (plot) en personage hangen sterk samen.

Voor je begint: wil je eerst meer weten over het genre ‘sprookje’, kijk dan in het Algemeen letterkundig lexicon. Wil je een voorbeeld van een sprookje lezen, lees dan van Armando het sprookje Magere Hein. Wil je eerst in het algemeen meer weten over hoe oefenen met genre en techniek je een betere schrijver maakt, klik dan hier.

Schrijf een kort sprookje van c. 1 pagina. Neem om dat sprookje te bedenken de volgende stappen:

  • Verzin een personage dat het vermogen heeft om alles in de wereld naar zijn of haar hand te zetten. Begin met een lijst  van alles wat je personage al voor elkaar heeft weten te krijgen, bijvoorbeeld: bekendheid, media-aandacht, talent, geld, een groot huis, veel vrienden etc.
  • Verzin dan de omstandigheden waarin dit personage mee te maken krijgt: een oorlog, een rel, een onthulling etc.
  • Kijk vervolgens waar de grootste tegenstrijdigheid zit tussen wat je personage heeft, en waar hij/zij mee te maken krijgt. Baseer daarop de plot (verloop van het verhaal) van je sprookje.

 

Beluister een sprookje van Godfried Bomans, door de schrijver zelf voorgelezen: De koning die niet dood wilde. Luister het eventueel een paar keer terug, en let dan ook op wat Bomans toevoegt aan het sprookje door de manier waarop hij het voorleest. Bepaal dan:

  • Wat je over het hoofdpersonage te weten komt (grote dingen, maar ook kleine).
  • Hoe die dingen van belang zijn voor het plot. Om een voorbeeld te geven, kijken we alleen even naar de titel: het hoofdpersonage is kennelijk een koning, welke rol speelt zijn positie als koning in het sprookje?

Herschrijf nu je sprookje uit de eerste schrijfopdracht. Probeer toe te passen wat van Bomans’ sprookje over plot en personage geleerd hebt (en misschien ook wel door zijn manier van voorlezen, waardoor je misschien veel details in zijn schrijfstijl zijn opgevallen?).

 

Deze oefening is gebaseerd op een idee van Boekengilde.nl.

Meer lezen?

.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.