Smartlap: je chagrijn in een refrein

Het woord ‘smartlap’ is sinds de jaren 1960 in de Nederlandse taal in gebruik. De term werd bedacht om liederen te omschrijven waarin  de ‘smart’ van armere bevolkingsgroepen nogal breed werd uitgemeten: honger, dronken vaders, kapot huisraad  etc.. Inmiddels wordt het genre gewaardeerd vanwege algemenere onderwerpen: zieke kinderen, gestorven ouders, afwijzingen in de liefde etc.. De tekst van een smartlap is altijd een beetje ‘te’: te sentimenteel, te voorspelbaar, te uitgekauwd. Maar juist dat ‘te’ is aantrekkelijk voor veel mensen, omdat je de emoties er gemakkelijk in herkent. De muziek van de smartlap is ook toegankelijk en eenvoudig, met een vaak herhaald refrein.

Wil je eerst meer weten over het genre ‘smartlap’ voor je aan de opdrachten begint, kijk dan in het Algemeen letterkundig lexicon. Wil je een voorbeeld van het genre ‘smartlap’ horen voor je de oefening doet, klik dan hier. Wil je eerst in het algemeen meer weten over hoe oefenen met genre en techniek je een betere schrijver maakt, klik dan hier.

Schrijf het refrein van een smartlap over een thema naar je eigen keuze. Doorloop de volgende stappen:

    • kies een bestaande melodie waarvan je denkt dat die voor iedereen in jouw omgeving mee te zingen is (omdat iedereen de melodie kent, omdat die gemakkelijk te zingen is).
    • stel vast welke woorddelen in die tekst op die bestaande melodie een klemtoon krijgen in dat refrein, en welke niet. Dat is het ritme waarop je de tekst moet schrijven. Noteer dat ritme – we nemen de eerste regel van het Wilhelmus als voorbeeld – door de woordendelen met heffingen vet te maken, en de woorddelen zonder heffingen niet: Wilhelmus van Nassouwe, en dan een notatie te maken als deze:  ◡ – ◡  – ◡ – ◡  om dat patroon weer te geven. Kijk voor het vaststellen van het ritme in je refrein eventueel naar uitleg in de Liederenbank) of Lessen in lyriek van Bronzwaer.
    • kies een thema, dat je uit je eigen leven haalt. Wie of wat heeft je eens zo erg dwarsgezeten dat je er nu nog chagrijnig, slecht gehumeurd over bent? Vergroot het leed dat je meemaakte voor een optimaal ‘te’-effect.
    • kun je woorden of beelden vinden die dat verdriet aan een ander kunnen uitleggen en overdragen?
    • kun je die woorden en beelden opschrijven in zinnen die hetzelfde ritme hebben als het refrein dat je als voorbeeld hebt genomen?

Lees en bekijk van André Hazes het lied ‘De vlieger’, met als refrein: “Ik heb hier een brief voor mijn moeder/Die hoog in de hemel is/Deze brief bind ik vast aan m’n vlieger/Tot zij hem ontvangt/Zij die ik mis”.

  • het lied begint vanuit het perspectief van de vader, maar vanuit wiens perspectief is het refrein geschreven? Waarom zou dat zo gedaan zijn?
  • waarom zou het versturen van een brief zo centraal zijn gezet in het refrein?

Herschrijf je nu je refrein uit de eerste schrijfopdracht. Kun je dat refrein verbeteren door ook iets te doen met perspectief(wisselingen). Wordt je tekst sterker als je het perspectief veranderd vanwaaruit je schreef?

 

Deze oefening kwam tot stand met hulp van Martine de Bruin en Marijke Meijer Drees.

Meer lezen?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.