Weetje: voor jou een vraag, voor mij een weet

In veel kranten en tijdschriften vind je ‘Weetjes’: korte tekstjes over kleine dingen die interessant zijn om te weten. Wat ‘klein’ is en ‘interessant’, dat moet je als schrijver voor je lezer uitmaken. Je moet als het ware met je ‘Weetje’ een antwoord op een vraag waarvan de lezer nog niet wist dat hij hem had.

Voor je begint met schrijven: wil je eerst meer weten over hoe journalisten bepalen wat nieuwswaarde heeft, kijkt dan hier. Wil je wat voorbeelden lezen van ‘Weetjes’, kijk dan hier. Wil je eerst in het algemeen meer weten over hoe oefenen met genre en techniek je een betere schrijver maakt, klik dan hier.

Je bent redacteur van de schoolkrant van jouw school. Die heeft een ‘Weetjes-rubriek’ die jij moet vullen. Ga als volgt te werk:

  • waar weet jij meer over dan iemand anders, welke bijzondere kennis heb jij?
  • met welk van die kennis kun je een klik maken met je lezers (medeleerlingen en/of docenten): wat hebben jullie gemeenschappelijk, wat zullen zij ook interessant vinden?
  • bedenk waarom je die kennis met je lezers wilt delen: om te verbazen, ontroeren, troosten, alarmeren etc. etc.?
  • schrijf wat je weet, klein en compact op: zowel je kennis moet eraan af te lezen zijn, als de reden waarom je die kennis wilt delen.

Waarom vinden veel mensen ‘Weetjes’ zo interessant, of belangrijk? Lees twee fragmenten uit Nederlandse romans om te zien wat ‘Weetjes’ voor deze hoofdpersonages betekenen.

Onderbouw

Anna Dijk,  Bedreigde dieren.

Bovenbouw

fragmenten uit Ellen de Bruin, Onder het ijs (1918) en Gerard Reve, De avonden (1947).

Mensen kunnen ‘Weetjes’ dus kennelijk, als je naar hoofdpersonages Bas en Frits kijkt, om bijzondere en zeer persoonlijke redenen interessant vinden.

  • kijk nog eens goed naar de link die jij tussen jouw kennis en je lezers hebt gevonden: waarom zullen jouw lezers jouw ‘Weetje’ precies interessant vinden? Op welke van hun vragen heb jij antwoord?
  • en hoe heb jij die interesse opgewekt? Met het voorspelbare ‘Wist je dat …’, of heb je een vorm gevonden die al meteen nieuwsgierig maakt of de lezer er meteen bij betrekt. Dus met iets als ‘Ben je ouder dan 15 jaar, dan ….’.
  • kun je je ‘Weetje’ nog eens herschrijven door je goed te verplaatsen in je lezer, hoe kun je die snel raken?

Je kunt je eindproduct beoordelen met deze matrix.

Deze oefening kwam tot stand met hulp van Femke Ruiter van Kidsweek en DiaTaal.

 

 

Meer lezen?

  • Heb je een vraag of opmerking? Vul dit formulier in.

    Neem contact met ons op