Ziekte

Voor schrijvers is het verschil tussen ‘ziek’ en ‘gezond’ heel interessant. In elke samenleving heb je zieke en gezonde mensen. Natuurlijk, zul je denken. Maar het verschil tussen ‘ziek’ en ‘gezond’ is niet alleen iets wat de natuur bepaalt. Het verschil tussen ‘ziek’ en ‘gezond’ bepalen samenlevingen deels ook zelf, onder andere door taal te gebruiken. Bijvoorbeeld: we hebben aparte woorden voor ‘ziek’ en ‘gezond’ in het Nederlands, maar ook een woord als ‘ziekjes’, als je je maar een klein beetje ziek voelt. Je kunt ook ‘ernstig ziek’ zijn, of beroerd, ellendig, koortsig, kwakkelig, misselijk, naar, ongezond,  akelig. En we hebben niet alleen woorden waarmee we onszelf als zieken kunnen beschrijven, maar ook een omgeving kan ziek zijn. Dan gebruik je woorden als: naargeestig, verziekt, walgelijk, weerzinwekkend.

Al die woorden zijn er niet zomaar. Mensen willen zo precies mogelijk beschrijven hoe ziek, of hoe gezond iemand of iets is. Dat komt bijvoorbeeld omdat samenlevingen van alles en nog wat regelen op basis van het verschil tussen ‘ziek’ en ‘gezond’. Er zijn in Nederland ziekenhuizen waar je heen kan als je echt ‘ziek’ bent, en gezondheidsverklaringen die je pas krijgt als je echt ‘gezond’ bent. Het maakt dus nogal wat uit, of je jezelf ‘ziek’ of ‘gezond’ kunt noemen in Nederland.

Schrijvers hebben een bijzondere rol als het om het thema ‘ziekte’ gaat, omdat taal zo belangrijk is in het beschrijven van ziekten en alles wat daarbij komt kijken. In deze oefening ga je oefenen met het schrijven over een speciaal soort ziekte, namelijk hersenziekte. Het tegenovergestelde, ‘hersengezond’, bestaat in de Nederlandse taal niet. Als iemand niet hersenziek is, noemen we die persoon ‘gewoon’ of ‘normaal’. Je ziet al meteen hoe krachtig taal dan is: want zijn hersenzieke mensen dan niet normaal? Om die vraag te beantwoorden, zou je moeten weten wat er in het hoofd van een hersenziekte allemaal gebeurt. Maar dat weten artsen vaak niet. Ze kunnen niet altijd precies zien of meten wat er in het hoofd van een hersenziek iemand gebeurt. Wat zijn de gedachtes van een hersenziek persoon? Wat artsen niet weten, kun jij als schrijver invullen, en precies dat ga je oefenen.

Dat geeft je als schrijver niet alleen een bijzondere, maar ook belangrijke rol. Mensen met een hersenziekte kunnen vaak zelf niet meer precies vertellen hoe ze zich voelen of de wereld zien. Je spreekt als schrijver dus namens hen, en daarmee heb je een grote verantwoordelijkheid. Jij draagt eraan bij dat niet hersenzieke mensen begrip kunnen krijgen voor mensen met een hersenziekte. 

Een paar teksten van beroemde Nederlandstalige schrijvers helpen je op weg hierover te schrijven. Wil je meer weten over de werking van hersenen voor je begint, kun je een fragment lezen van In mijn hoofd van Angelique Van Ombergen en Louise Perdieus (via Rijketeksten.org).

In deze opdracht schrijf je vanuit het hoofd van een hersenziek personage.

  • Lees voordat je zelf gaat schrijven een fragment uit één van de bekendste Nederlandstalige boeken met een hersenziek hoofdpersonage,  het boek Hersenschimmen van J. Bernlef. Hoofdpersonage is Maarten Klein, een man van 71 die geboren is in Nederland maar verhuist is naar een Engelstalig land. Als hij begint te dementeren, word thij in een Engelstalig verzorgingshuis opgenomen. Als je dementeert, vergeet je langzaam alles en iedereen om je heen. Je hersenen kunnen niet meer bij herinneringen, en kunnen ook geen nieuwe dingen meer onthouden en herkennen. Lees dit fragment  Hersenschimmen.
  • Schrijf nu zelf een tekst van 300 woorden waarin je je voorstelt dat jij met een hersenziekte opgenomen bent in een verzorgingshuis.
      – Welke hersenziekte het is, bedenk je zelf. Het kan een bestaande hersenziekte zijn, maar ook een hersenziekte die je zelf bedenkt.
      – Bedenk ook of (en welk) verzorgingshuis voor iemand met deze ziekte een goede plek is, en zorg dat uit je tekst duidelijk wordt hoe je hierover denkt.
      – Als je meer informatie nodig hebt voor je kunt gaan schrijven, kun je die bijvoorbeeld vinden op de site van de Hersenstichting (http://hersenstichting.nl)
  • Laat je tekst aan een klasgenoot lezen. Kan die uit jouw tekst halen welke hersenziekte je hebt?

In deze opdracht ga je schrijven over mensen met een hersenziekte.

  • Lees eerst dit fragment uit het voorwoord van een toneelstuk van Joost van de Vondel, uit 1647. Vondel heeft zijn collegaschrijver Pieter Cornelisz. Hooft eens horen vertellen wat er gebeurde toen Hooft een dolhuis [=een verzorgingshuis voor mensen met hersenziekten] bezocht. Vondel beschrijft in dit fragment hoe mensen in het dolhuis zich gedragen, en verklaart dat gedrag ook. Hij zegt dat ze zich gedragen ‘naer den ongelijcken temper en inbeeldinge der ontstelde herssenen’: omdat hun hersenen allemaal in andere toestand zijn en ze zich dingen inbeelden. Als je het zeventiende-eeuwse Nederlands lastig vindt om te lezen, kun je hier een vertaling vinden:

    De ridder en drost Hooft […] verhaelde my, veele jaeren geleden, hoe een fluitenist in het dolhuis op zijn Duitsche fluit begon te blazen, waerop terstont elck kranckzinnigh hooft eenen byzonderen toon en grimmas zette, naer den ongelijcken temper en inbeeldinge der ontstelde herssenen. d’een begon te lachen, d’ander te schrejen, te zitten, te klauteren, te springen, te zingen, de handen te wringen, te kermen, te schermen. men hoorde en zagh den haenekraey, geblaet van schaepen, greepen van aepen, gebas van honden, gehuil van weerwolven, en het loejen van stieren. men hoorde aexters, papegaejen, en kraejen, uilen, zeemeeuwen, en spreeuwen, en wiltzangk, een oubollige muzijck van dolle muzikanten, zonder maet, onder een gemengt.

  • Schrijf nu zelf een tekst van ongeveer 200 woorden waarin jij een hersenziek iemand beschrijft. Probeer net als Vondel te beschrijven wat je ziet en hoort.
  • Stel jezelf nu voor dat je zelf een hersenziekte hebt, en daardoor zowel van binnen- als van buitenaf naar jezelf kunt kijken als schrijver.
  • Schrijf een tekst van 200 woorden waarin je opschrijft wat je denkt, en beschrijft hoe je zou willen dat anderen naar je kijken en je beschrijven.
  • Als je dit moeilijk vind, kun je een fragment lezen uit een boek van Teun Toebes, Verpleegthuis. Wat ik leer van mijn huisgenoot met dementie. Toebes is als student gaan wonen in een verzorgingshuis voor mensen met dementie en beschrijft in dit boek zowel hoe demente mensen zich voelen, als hoe we in de Nederlandse samenleving naar demente mensen kijken. Een klein stukje vast, Teun loopt als 17-jarige stage in een verpleeghuis en heeft na zijn eerste dag bijna besloten te stoppen, maar zijn moeder zegt dat hij niet mag opgeven:

 

Bronnen

J. Bernlef, Hersenschimmen (fragment). Amsterdam 1984.

Joost van den Vondel, ‘Berecht’ [=voorwoord], in: Salmoneus. Treurspel. Amsterdam, 1647, fol. *2v.

Ton Harmsen, ‘Salmoneus: de koning die dacht dat hij Jupiter was’, Neerlandistiek.nl, 2022.

  • Wat vond je van de oefening, of wat heb je geschreven? Vul het hieronder in!

    Neem contact met ons op